Resultaten Plataancheck 2025

Hoe kan het gebruik van een biologische sensor ons meer inzicht geven in de luchtkwaliteit?

Het heeft even geduurd, maar de resultaten van de Plataancheck 2025 zijn binnen. Honderden nieuwsgierige burgerwetenschappers, waaronder de meetgroep Haarlem, verzamelden begin 2025 plataanschors en stuurden dit op naar het lab voor een analyse. Benieuwd of er bij jou in de buurt ook schors verzameld is? En wat de resultaten zijn? 

Schors als fijnstofmeter

Luchtkwaliteit is op verschillende manieren te meten: met sensoren, filters, maar ook met bomen. Platanen in het bijzonder zijn een goede indicator voor fijnstof. Deze bomen slaan (fijn)stof uit de omgeving op in hun schors. Omdat de boom elk jaar zijn bast vervelt, weten onderzoekers precies dat de fijnstof op een stuk schors in dat ene jaar is neergeslagen. Door de schors met speciale apparatuur in een lab te analyseren, kan ontdekt worden op welke locaties veel fijnstof in de lucht hangt en op welke plaatsen minder. Zo levert elke boom als het ware een eigen jaarrapport van de lokale luchtvervuiling. 

Waarom juist platanen? Eerder onderzoek liet zien dat metingen aan schors betrouwbaarder zijn dan metingen aan bijvoorbeeld bladeren. Ook is schors makkelijker te verzamelen door vrijwilligers en de meethoogte (1 tot 1,7 meter) komt goed overeen met de hoogte waarop mensen ademen. Platanen zijn bovendien in veel steden in grote getallen aanwezig langs straten en lanen. Zo staan ze op de perfecte plek om fijnstof van het verkeer op te vangen. 

Hoe de metingen gedaan worden

In het voorjaar van 2025 ging project Ecorc’Air, een internationaal burgerwetenschapsproject rondom luchtkwaliteit uit Parijs, van start met een nieuwe meetperiode. Er werd in vijf landen schors verzameld. In Nederland gebeurde dit in samenwerking met Urgenda. Deelnemers konden meedoen door stukken plataanschors te verzamelen en op te sturen naar Urgenda, die de monsters vervolgens deelde met onderzoekers. Ook in Haarlem trok een groep bewoners de buurt in, gewapend met diepvrieszakjes en de Particollect-app, om schors van platanen te verzamelen.

In het lab wordt de schors eerst fijngemalen. Vervolgens wordt met een gevoelig instrument de zogeheten magnetische susceptibiliteit gemeten: een maat voor hoeveel magnetisch materiaal er in het monster zit. Dat magnetische materiaal bestaat uit microscopische delen metaal en is voor een belangrijk deel afkomstig van het wegverkeer. Deze fijnstof komt bijvoorbeeld uit motorslijtage, remvoering en brandstofresten. Het bijzondere is dat diezelfde deeltjes vaak ook andere, schadelijke zware metalen met zich meedragen, zoals lood, zink, cadmium en chroom. Deze methode is geijkt met een intensiever proces van chemisch oplossen en meten met ICP-apparatuur. Meer over de exacte meetmethode en de resultaten in Parijs is te lezen in de publicatie.  

We zien met deze methode dus niet direct fijnstof zelf, maar een betrouwbare indicator ervoor: hoe meer magnetisch (metaalhoudend) materiaal in de schors, hoe meer verkeersgerelateerde luchtvervuiling die boom over het afgelopen jaar heeft opgevangen.

Wat de kaart laat zien

De resultaten zijn te bekijken op een interactieve kaart, beheerd door Ecorc’Air. Omdat de kaart standaard begint in Parijs, is het voor de Nederlandse data nodig om uit te zoomen en naar boven te scrollen. We zien dat zowel in de stad als in landelijke gebieden ‘negatieve’ waarden worden gemeten. De stedelijke omgevingen zien over het algemeen wel meer negatieve en hogere negatieve waarden dan het landelijk gebied. Het lijkt erop dat drukke wegen de hoogste pieken aan fijnstof hebben.

Screenshot van de plataan resultaten kaart. 

De resultaten zijn niet allesomvattend en er zitten nog veel gaten op de kaart. Desondanks laten deze eerste resultaten zien dat een verschil van tientallen meters tot een drukke weg al verschil lijkt te maken voor de hoeveelheid fijnstof die een plataan heeft opgevangen. Dat is relevant, want diezelfde afstand kan ook voor de blootstelling van mensen een rol spelen.
Niet van elke ingestuurde boom kon overigens een betrouwbare test worden gemaakt. Daarvoor is een flinke hand schors nodig en in 2025 was er bij een deel van de monsters te weinig materiaal beschikbaar.

Benieuwd welke bomen in jouw omgeving geanalyseerd zijn? Daarvoor kun je gebruik maken van de Stadsbomenkaart door de locaties van de resultaten te linken. Volgend jaar zal er een nieuwe meetperiode starten, dus je zou ook alvast kunnen onderzoeken welke bomen daarvoor geschikt zijn en waar ze staan. 

Toekomstig onderzoek

Voor toekomstig onderzoek zijn drie dingen erg belangrijk:

  • Meer materiaal per verzameld zakje, voor nog betrouwbaardere metingen;
  • Meer volledige straten en lanen met veel bomen, voor een completer beeld per traject;
  • Het is waardevol om deze magnetische metingen te vergelijken met NO₂-metingen (bijvoorbeeld via NO₂-buisjes), omdat beide een indicatie geven van verkeersuitstoot maar op basis van heel verschillende stoffen. Zo’n vergelijking kan helpen om te bepalen hoe goed de twee methoden elkaar bevestigen.

Voor meer informatie en de resultaten van voorgaande jaren kun je een kijkje nemen op de website van de Plataancheck